Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:GHARL:2026:5773

ECLI:NL:GHARL:2026:5773 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden , 08-09-2026 / 200.347.422/01
Civiel recht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

Gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden, locatie Leeuwarden, zaaknrs. 200.347.422/01 (hof) / 10994552 (rb Overijssel). Arrest van 8 september 2026. Partijen: Triple Groen Overijssel B.V. (TGO), gevestigd te Hardenberg, advocaat mr. T. Waissi, versus Landbouwbedrijf [geïntimeerde1] (de maatschap) te [vestigingsplaats] en [geïntimeerde2] te [vestigingsplaats] (gezamenlijk: [geïntimeerden]; ieder afzonderlijk: de maatschap en [geïntimeerde2]), advocaat mr. H.M. van Eerten.

Verloop procedure: na tussenarrest van 16 december 2025 vond op 8 april 2026 een getuigenverhoor plaats (proces‑verbaal). TGO diende een memorie na getuigenverhoor en een contra‑enquête in; [geïntimeerden] dienden een antwoordmemorie. Partijen leverden nadien aanvullend voor arrest.

Geschilpunt en bewijsopdracht: TGO vorderde onder meer betaling van een aanvullende rente van 3,5% over de (huur)koopprijs en werd door het tussenarrest in de gelegenheid gesteld dat bewijs te leveren. TGO stelde dat partijen die aanvullende rente waren overeengekomen. Ter onderbouwing overlegde zij producties (onder meer productie 18: voorbeeldberekeningen), nam een akte en deed het getuigenbewijs via haar accountmanager, de heer [naam1]. [geïntimeerden] stelden [geïntimeerde2] als getuige in tegenverhoor.

Verklaringen partijen: [naam1] verklaarde dat bij bespreking van financieringsconstructies met (potentiële) klanten voorbeeldberekeningen werden gebruikt en dat hij aan [geïntimeerde2] had toegelicht dat binnen de constructie sprake was van een aanvullende rente en dat een lagere rente van circa 3,5% mogelijk was indien geen aparte zekerheden werden geëist. [geïntimeerde2] betwistte dat een aanvullende rente is overeengekomen en ontkende dat productie 18 met hem is doorgenomen.

Beoordeling hof: het hof oordeelt dat TGO het opgelegde bewijs niet heeft geleverd. Uit de tot dusverre overgelegde stukken (offerte, huurkoopovereenkomst) volgt niet onomstotelijk dat een aanvullende rente van 3,5% over de koopsom is afgesproken. Evenmin tonen de na het tussenarrest overgelegde voorbeeldberekeningen expliciet een aanvullend rentepercentage van 3,5% over de koopsom. [naam1] gaf zelf aan niet te kunnen zeggen of hij de voorbeeldberekening aan [geïntimeerde2] heeft laten lezen; [geïntimeerde2] betwist dit. Het komt neer op woord tegen woord, waarbij [geïntimeerde2] gemotiveerd heeft betwist dat een aanvullende rente is overeengekomen. Dat is onvoldoende om de door TGO gestelde afspraak vast te stellen; de grief faalt.

Vordering inzake jaarrekeningen: TGO vorderde tevens afgifte van de jaarrekeningen van de maatschap. Het hof wijst deze vordering af wegens gebrek aan belang: ook indien in de jaarstukken een rentevergoeding zou zijn verwerkt, volgt daaruit niet direct dat partijen een aanvullende rente over de koopsom zijn overeengekomen. Dit oordeel sluit aan op hetgeen reeds in het arrest van 25 februari 2025 is overwogen.

Ten slotte: het hoger beroep van TGO wordt verworpen; het vonnis van de kantonrechter Zwolle van 3 september 2024 wordt bekrachtigd. TGO wordt veroordeeld in proceskosten ten gunste van [geïntimeerden]: € 2.175 griffierecht, € 2.280 salaris advocaat (2,5 pp x tarief I) en € 912 salaris advocaat in het incident (1 pp x tarief I). De proceskostenveroordeling is uitvoerbaar bij voorraad; nakosten voor betekening worden begrepen. Uitspraak gewezen door mrs. J. Smit, J.H. Kuiper en M.W. Zandbergen, uitgesproken 8 september 2026.

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:GHARL:2025:8087
Civiel recht
16-12-2025 88% soortgelijk
Triple Groen Overijssel B.V. (TGO), gevestigd te Hardenberg (advocaat mr. T. Waissi), is in hoger beroep tegen de maatschap Landbouwbedrijf [geïntimeerde1], [geïntimeerde2] (gezamenlijk aangeduid als [geïntimeerde2] c.s.) en [geïntimeerde3] (advocaat mr. H.M....
ECLI:NL:RBOVE:2024:4693
Civiel recht
06-09-2024 79% soortgelijk
Triple Groen Overijssel B.V. (eiseres in conventie) vordert betaling van de koopprijs en een jaarlijkse rente van 3,5% wegens een huurkoopovereenkomst over zonnepanelen afgesloten met de maatschap [partij A] (gedaagde onder 1)...
ECLI:NL:GHDHA:2025:2094
Civiel recht > Verbintenissenrecht
08-10-2025 79% soortgelijk
Partijen - Appellanten: de maatschap [appellant 1] handelend onder de naam [handelsnaam], en haar twee maten [appellant 2] en [appellant 3]; advocaat mr. J.A.M. van de Sande. - Geïntimeerde: [geïntimeerde] B.V.; advocaat...
ECLI:NL:GHSHE:2025:1757
Civiel recht > Verbintenissenrecht
24-06-2025 77% soortgelijk
Zaak: Gerechtshof ’s‑Hertogenbosch, Team Handelsrecht, nr. 200.336.564/01, arrest 24 juni 2025. Partijen: [appellant sub 1] en [appellante sub 2] (verkopers; adv. mr. F.W. Linders) tegen [geïntimeerde sub 1], [geïntimeerde sub 2] en...
ECLI:NL:GHARN:2009:BK0225
Civiel recht
05-04-2013 77% soortgelijk
Gerechtshof Arnhem (pachtkamer), zaaknr. 104.002.890 (appellantenzijde: [appellante], advocaat mr. F.A.M. Knüppe; geïntimeerde: [geïntimeerde], advocaat mr. W.D. Huizinga). Arrest van 29 september 2009. Kort geding in hoger beroep na tussenarrest van 12 februari...

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

Eindarrest na bewijsopdracht in tussenarrest (ECLI:NL: GHARL: 2025:8087). Het hof acht niet bewezen dat de gestelde renteafspraak is gemaakt.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.347.422/01 zaaknummer rechtbank Overijssel 10994552

arrest van 8 september 2026

in de zaak van

**Triple Groen Overijssel B.V. **

die is gevestigd in Hardenberg hierna: TGO advocaat: mr. T. Waissi

en

1 Landbouwbedrijf [geïntimeerde1] (de maatschap)

die is gevestigd in [vestigingsplaats]

2. [geïntimeerde2] ( [geïntimeerde2] )

die woont in [vestigingsplaats] hierna samen: [geïntimeerden] en ieder afzonderlijk de maatschap en [geïntimeerde2] advocaat: mr. H.M. van Eerten

1 Het verloop van de procedure in hoger beroep

Na het tussenarrest van 16 december 2025 is op 8 april 2026 een getuigenverhoor gehouden, vastgelegd in een proces-verbaal. Na het horen van de getuigen heeft TGO een memorie na getuigenverhoor en contra-enquête genomen en hebben [geïntimeerden] een antwoordmemorie na getuigenenquête genomen. Vervolgens hebben partijen aanvullend gefourneerd voor arrest en heeft het hof een datum voor arrest bepaald.

2 De beoordeling

2.1 In het tussenarrest is TGO in de gelegenheid gesteld om te bewijzen dat partijen een aanvullende rente over de (huur)koopprijs van 3,5% zijn overeengekomen. Om het opgedragen bewijs te leveren heeft TGO een akte overlegging producties genomen en haar accountmanager, de heer [naam1] , als getuige gehoord.

2.2 [geïntimeerden] hebben in tegenverhoor [geïntimeerde2] als getuige laten horen.

Is het bewijs geleverd?

2.3 TGO heeft geconcludeerd dat zij het bewijs heeft geleverd. Zij stelt dat [naam1] uitvoerig heeft verklaard over de wijze waarop de financieringsconstructies met (potentiële) klanten werden besproken. Bij die besprekingen werd gebruik gemaakt van voorbeeldberekeningen en kwamen zowel de technische als de financiële aspecten aan bod. [naam1] heeft expliciet verklaard dat hij aan [geïntimeerde2] heeft toegelicht dat binnen deze constructie sprake was van een aanvullende rente en dat een lagere rente mogelijk was van circa 3,5% omdat er dan geen aparte zekerheiden werden geëist. De rente is expliciet onderwerp van gesprek geweest tussen partijen. Dat volgt ook uit de verklaring van [geïntimeerde2] , aldus TGO.

2.4 [geïntimeerden] hebben betwist dat een aanvullende rente is overeengekomen. Nog daargelaten dat de door TGO overgelegde als productie 18 overgelegde voorbeeldberekening nooit met [geïntimeerde2] is besproken, volgt ook uit die berekening niet (expliciet) dat er een aanvullende rente is besproken, dan wel overeengekomen.

2.5 Het hof komt tot het oordeel dat TGO niet is geslaagd in het opgedragen bewijs. Hiertoe is het volgende redengevend.

2.6 Het hof heeft in het tussenarrest van 16 december 2025 al geoordeeld dat uit de stukken die TGO tot dat moment aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd, waaronder de offerte en de huurkoopovereenkomst, niet ontegenzeggelijk volgt dat er een aanvullende rente van 3,5% over de koopsom is overeengekomen. Dat volgt evenmin uit de nadien door TGO overgelegde voorbeeldberekeningen. In geen van die berekeningen wordt een aanvullend rentepercentage van 3,5% over de koopsom beschreven. Los daarvan: [naam1] heeft over die voorbeeldberekening verklaard dat die in de bespreking op tafel heeft gelegen, maar hij niet durft te zeggen of hij die aan [geïntimeerde2] heeft laten lezen en [geïntimeerde2] heeft dat betwist. Ook voor het overige is het het woord van [naam1] tegen het woord van [geïntimeerde2] en [geïntimeerde2] heeft gemotiveerd betwist dat er een aanvullende rente over de koopsom is overeengekomen. Daarmee kan niet afdoende worden vastgesteld dat partijen een aanvullende rente van 3,5% over de koopsom zijn overeengekomen. Dat betekent dat de grief faalt.

2.7 Het hof komt voor wat betreft de nog ter beoordeling voorliggende vordering van TGO tot afgifte van de jaarrekeningen van de maatschap door [geïntimeerden] tot de conclusie dat voor toewijzing van deze vordering geen aanleiding is, in het licht van het voorgaande en wat al in het arrest van 25 februari 2025 is overwogen. Het hof herhaalt hierbij dat onvoldoende aannemelijk is dat (ook) als de maatschap in de jaarstukken de verschuldigde rentevergoeding heeft verwerkt, daaruit nog niet direct volgt dat partijen een aanvullende rente over de koopsom zijn overeengekomen. Bij gebrek aan belang is die vordering niet toewijsbaar.

De conclusie

2.8 Het hoger beroep slaagt niet. Omdat TGO in het ongelijk zal worden gesteld, zal het hof haar tot betaling van de proceskosten in hoger beroep, waaronder de kosten in het incident, veroordelen. Onder die kosten vallen ook de nakosten die nodig zijn voor de betekening van de uitspraak.

2.9 De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).

3 De beslissing

Het hof:

3.1 bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle van 3 september 2024;

3.2 veroordeelt TGO tot betaling van de volgende proceskosten van [geïntimeerden] : € 2.175 aan griffierecht € 2.280 aan salaris van de advocaat van [geïntimeerden] (2 ½ procespunten x tarief I) € 912 aan salaris van de advocaat van [geïntimeerden] in het incident (1 procespunt x tarief I)

3.3 verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

3.4 wijst af wat verder is gevorderd.

Dit arrest is gewezen door mrs. J. Smit, J.H. Kuiper en M.W. Zandbergen, en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026.

HR 10 juni 2022, ECLI: NL:HR:2022:853.