Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2026:1095

ECLI:NL:CRVB:2026:1095 Centrale Raad van Beroep , 14-08-2026 / 26/83 AOW
Bestuursrecht > Socialezekerheidsrecht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

Appellante [appellante] te [woonplaats] heeft tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 december 2025 (zaaknummer AMS 25/4511) hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb). De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald. Als rechtsgrondslag wijst de raad op artikel 8:41, eerste lid, Awb (heffing van griffierecht van de indiener van het beroepschrift) en artikel 8:108, eerste lid, Awb (toepasselijkheid van die bepaling op hoger beroep). Appellante is bij brief van 20 januari 2026 geïnformeerd dat een griffierecht van €147 verschuldigd was en dat dit bedrag binnen 28 dagen op de genoemde bankrekening moest zijn bijgeschreven. Bij aangetekende brief van 20 februari 2026 is zij nogmaals gewezen op de betalingstermijn (vier weken na die brief) en erop gewezen dat bij tijdige non-betaling het (hoger) beroep niet inhoudelijk behandeld zou worden. De aangetekende brief van 20 februari 2026 is niet afgehaald en is op 13 april 2026 retour ontvangen; daarna is op 20 april 2026 per gewone post een herinnering verzonden. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn betaald.

De raad stelt op grond van de beschikbare gegevens vast dat redelijkerwijs niet kan worden aangenomen dat appellante niet in verzuim is geweest. Omdat de betaling uitbleef, is het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk en kon zonder nadere onderzoek worden beslist dat het beroep niet-ontvankelijk is verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door J.H. Ermers, in tegenwoordigheid van griffier J. Toonen, en is uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2026. Tegen deze beslissing kunnen belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na verzending van de afschrift schriftelijk verzet instellen bij de Centrale Raad van Beroep (Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT); de indiener van het verzetschrift kan daarbij verzoeken te worden gehoord.

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:CRVB:2026:195
Bestuursrecht > Socialezekerheidsrecht
25-02-2026 93% soortgelijk
Partijen en zaak Appellante: [appellante] te [woonplaats] (appellante). Verweerder: de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb). Zaak betreft hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 augustus...
ECLI:NL:CRVB:2026:105
Bestuursrecht > Socialezekerheidsrecht
03-02-2026 92% soortgelijk
Appellant [appellant] te [woonplaats] heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 5 februari 2025 (zaaknr. 24/4528). Het bestuursorgaan in de procedure is de Raad van bestuur van...
ECLI:NL:CRVB:2026:912
Bestuursrecht > Socialezekerheidsrecht
09-07-2026 91% soortgelijk
Partijen en procedure Appellante ([appellante] te [woonplaats]) stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 november 2025 (zaaknr. 25/2313). Verweerder is de Raad van bestuur van de...
ECLI:NL:CRVB:2026:711
Bestuursrecht > Socialezekerheidsrecht
29-05-2026 91% soortgelijk
De Centrale Raad van Beroep (enkelvoudige kamer) verklaart het hoger beroep van [appellant] te [woonplaats] tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 28 januari 2026 (zaaknr. 25/4749) niet-ontvankelijk. Appellant had hoger...
ECLI:NL:CRVB:2026:9
Bestuursrecht > Socialezekerheidsrecht
13-01-2026 91% soortgelijk
De Centrale Raad van Beroep (Enkelvoudige kamer) verklaart het hoger beroep van [appellante] te [woonplaats] niet-ontvankelijk. Appellante had hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 27 juni 2025...

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

Het hoger beroep niet ontvankelijk. Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.

Uitspraak

26/83 AOW

Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 2 december 2025, AMS 25/4511.

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 14 augustus 2026

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar een enkelvoudige kamer.

OVERWEGINGEN

In artikel 8:41, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.

Bij brief van 20 januari 2026 is appellante erop gewezen dat een griffierecht van € 147,- is verschuldigd, en is medegedeeld dat dit bedrag uiterlijk 28 dagen na de dag van verzending van de brief op de in die brief genoemde bankrekening moet zijn bijgeschreven.

Bij aangetekende brief van 20 februari 2026 is appellante nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en is medegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief op de in die brief genoemde bankrekening dient te zijn bijgeschreven dan wel contant moet zijn betaald. Daarbij is erop gewezen dat als het griffierecht niet tijdig wordt betaald, appellante er rekening mee moet houden dat het (hoger) beroep niet inhoudelijk behandeld zal worden.

De aangetekende brief van 20 februari 2026 is niet afgehaald en op 13 april 2026 retour binnengekomen. De herinnering is op 20 april 2026 per gewone post opnieuw aan appellante verzonden.

Het griffierecht is niet binnen de termijn betaald.

Op grond van de beschikbare gegevens kan redelijkerwijs niet worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest. Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.

Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door J.H. Ermers in tegenwoordigheid van J. Toonen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 augustus 2026.

(getekend) J.H. Ermers

(getekend) J. Toonen

Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d’Appel Centrale) déclare le recours interjeté non-recevable

Par conséquent, décidée par le maître J.H. Ermers en présence de J.Toonen en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, 14 août 2026.

                                                                                         (signé) J.H. Ermers

                                                                                         (signé) J.Toonen

Les intéressés et les organes d'administration auront le droit à présenter une opposition écrite contre la présente décision, dans les six semaines suivantes à la notification de la copie, à la Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale), Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. L'intéressé présentant l'opposition pourra demander d'avoir l'opportunité d'être entendu sur son opposition.