Semantius logo
Semantius
Uitspraken
ECLI:NL:GHDHA:2026:1922

ECLI:NL:GHDHA:2026:1922 Gerechtshof Den Haag , 29-04-2026 / 22-003465-23
Strafrecht

Semantius verrijkingen

Samenvatting

Rolnummer 22-003465-23 — Gerechtshof Den Haag. Beslissing van de raadsheer-commissaris mr. J.W. van den Hurk (griffier N.C. Knoester) op een verzoek van de verdediging tot verstrekking van bronbestanden en het gelasten van een deskundigenonderzoek.

Feiten en procespositie

  • Verdachte [naam], wonende te [woonplaats], wordt ervan verdacht vermogen te hebben verkregen en gefinancierd met opbrengst van misdrijf: ruim 153 bitcoins, het startkapitaal van [bedrijfsnaam], een woning in Amsterdam, aanbetalingen op te bouwen woningen in Spanje en Australië en goudbaren/-munten.
  • De rechtbank had verdachte vrijgesproken omdat de door de officier van justitie aangedragen feiten en omstandigheden, ook in onderlinge samenhang, onvoldoende waren om het vermoeden te rechtvaardigen dat de bitcoins uit misdrijf afkomstig waren.
  • Het Openbaar Ministerie (OM) ging in hoger beroep en bracht nieuwe stukken in, deels uit een rechtshulpverzoek, deels processen-verbaal van de FIOD. Centraal staat het proces-verbaal [ambtshandeling] (‘PV van bevindingen met betrekking tot de herkomst van bitcoins het op Mt.Gox account [accountnaam]’), waarin een verbalisant met opgave van bevindingen heeft vastgesteld dat het Mt.Gox-account [accountnaam] aan verdachte zou toebehoren.

Verzoek van de verdediging

  • De raadsman van verdachte verzocht, na inzage in beantwoording van schriftelijke vragen en na verhoor van de verbalisant, om (1) terbeschikkingstelling van alle bronbestanden (alle informatie die FIOD gebruikte om de herkomst van de bitcoins te analyseren) en (2) gelasten van deskundigenonderzoek naar de in [ambtshandeling] getrokken conclusies en de daaraan verbonden waarschijnlijkheidsoordelen. De verdediging voerde aan zelf onvoldoende deskundigheid te hebben om de analyses te controleren of weerleggen.
  • De advocaat-generaal (AG) verzet zich tegen beide verzoeken.

Beoordeling door de raadsheer-commissaris

  • In [ambtshandeling] is beschreven dat Chainalysis is ingezet, meer specifiek de tool Reactor. Een cruciale stap in de vaststelling betrof het vormen en identificeren van clusters die tot één wallet zouden behoren, waarbij gebruik is gemaakt van zogenaamde change heuristics.
  • De verbalisant verklaarde dat hij deze change heuristics toepaste en zelf beoordeelde welke heuristieken in welke gevallen het meest betrouwbaar waren; die beoordeling is volgens hem gebaseerd op vakkennis, ervaring en beschikbare empirische data. De toepassing daarvan is niet louter geautomatiseerd door Reactor.
  • De raadsheer-commissaris verwijst naar het arrest van de Hoge Raad van 8 februari 2005 (ECLI:NL:HR:2005:AR7228): de eis van een eerlijk proces kan vereisen dat een verzoek tot deskundigenonderzoek wordt toegewezen. Bij de belangenafweging horen factoren als (a) de gronden van het verzoek; (b) het belang van tegenonderzoek gelet op ander bewijs en de overtuigende kracht van het bestreden onderzoeksresultaat; (c) de timing en haalbaarheid van het onderzoek; en (d) of het verzoek eerder gedaan had moeten worden.
  • Toegepast op deze zaak oordeelt de raadsheer-commissaris dat de gronden substantieel zijn (de bevindingen uit [ambtshandeling] zijn belastend en bepalend voor de zaak), dat tegenonderzoek relevant is nu het dossier geen andere informatie over herkomst van de bitcoins bevat dan de in hoger beroep ingebrachte stukken, en dat onderzoek nog mogelijk is mits de gegevens beschikbaar worden gesteld. Het verzoek is tijdig ingediend.

Specifieke overwegingen betreffende methodiek

  • Er is geen algemeen erkende, voorgeschreven en vaste procedure voor blockchain/bitcoin-analyse vergelijkbaar met dactyloscopisch onderzoek; dat vergroot de noodzaak van onafhankelijk deskundigenonderzoek naar gebruikte heuristieken (zoals change heuristics), clusteringmethoden en de betrouwbaarheid van daaraan verbonden waarschijnlijkheidsbeoordelingen.
  • De raadsheer-commissaris merkt verder op dat de verbalisant in zijn verklaring expliciet heeft bevestigd dat onderzoek nog steeds mogelijk is, mits bronbestanden ter beschikking worden gesteld.

Beslissing

  • Op grond van het voorgaande wordt toewijding van een deskundigenonderzoek voorzien als noodzakelijk. Welke deskundige(n) worden benoemd en de precieze vraagstelling zullen na overleg met partijen worden beslist.
  • Het verzoek van de verdediging om alle bronbestanden direct aan de verdediging te verstrekken wordt aangehouden. Vooralsnog is besloten dat de bronbestanden beschikbaar zullen worden gesteld aan de te benoemen deskundige(n).

Datum en formeel slot

  • Beslissing gedateerd Den Haag, 29 april 2026. Ondertekend door de griffier en de raadsheer-commissaris.

Soortgelijke uitspraken

ECLI:NL:GHDHA:2026:321
Strafrecht
03-03-2026 84% soortgelijk
Gerechtshof Den Haag (rolnummer 22-003465-23) heeft op 10 februari 2026 een proces-verbaal van bevindingen opgesteld in een strafzaak tegen [verdachte] (geboortedatum: [geboortedatum verdachte], woonplaats: [woonplaats]). De raadsheer-commissaris mr. J.W. van den Hurk,...
ECLI:NL:RBAMS:2026:6056
Strafrecht
15-06-2026 83% soortgelijk
Rechtbank Amsterdam, rechter-commissaris in strafzaken (beslissing d.d. 1 juni 2026, mr. H. Fehmers) — zaak tegen verdachte X (raadslieden: mrs. G.J.M.E. De Bont, M. Prins en R. de Bree; officieren van justitie:...
ECLI:NL:RBAMS:2025:9071
Strafrecht
25-11-2025 82% soortgelijk
Rechtbank Amsterdam (rechter-commissaris mr. H. Fehmers) besloot op 2 september 2025 op een verzoek van de verdediging van A B.V. en B B.V. (raadslieden: mr. G. Bergervoet, mr. R. de Jong en...
ECLI:NL:RBNHO:2026:4912
Strafrecht
06-05-2026 81% soortgelijk
De rechtbank Noord-Holland (zittingsplaats Haarlem, raadkamer) heeft op 6 mei 2026 het bezwaar beoordeeld van [betrokkene] tegen de beslissing van de rechter‑commissaris van 20 januari 2026 om een verzoek tot nader onderzoek...
ECLI:NL:HR:2026:441
Strafrecht
16-03-2026 80% soortgelijk
Verdict in kort bestek De zaak betreft het cassatieberoep van een man (geboren 1969, naam in het dossier als “de verdachte”) tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 december...

Tijdslijn

Er is nog door niemand een tijdslijn gegenereerd.
Log in of maak een gratis account om een tijdslijn te kunnen genereren.
Oorsponkelijke uitspraak

Inhoudsindicatie

Beslissing omtrent deskundigenopdracht met betrekking herkomst bitcoins. Door verbalisant verrichte analyse leidt tot waarschijnlijkheidsoordeel ten aanzien van die herkomst van één of meer darkwebmarkets. Dat oordeel is gebaseerd op vakkennis, ervaring en de beschikbare empirische data. Voor de analyse van bitcointransacties, en ook niet voor de analyse van transacties met crypto-valuta in het algemeen, is geen dan wel in onvoldoende mate sprake van een voorgeschreven methode en/of een vaste procedure. Voorts dient de belastende aard van de bevindingen indien zij zouden worden gevolgd in aanmerking te worden genomen. Volgt beslissing dat deskundigenonderzoek dient plaats te vinden

Uitspraak

Rolnummers:22-003465-23

Gerechtshof Den Haag

Beslissing op verzoek tot deskundigenopdracht

In de strafzaak tegen:

Naam [verdachte] Geboren te [geboortedatum verdachte] Wonende te [woonplaats]

van de raadsheer-commissaris mr. J.W. van den Hurk bijgestaan door griffier N.C. Knoester.

De verdenking tegen verdachte komt er zakelijk weergegeven op neer dat het vermogen waarmee de verdachte ruim 153 bitcoins, het startkapitaal van [bedrijfsnaam], een woning in Amsterdam, de aanbetaling van te bouwen woningen in Spanje en Australië en goudbaren en munten heeft verworven en gefinancierd, van misdrijf afkomstig is. Nu alle vermogensbestanddelen naast de bitcoins gefinancierd zijn uit die bitcoins, komt het er, aldus de rechtbank, in de kern op neer wat de herkomst van die bitcoins is. De rechtbank heeft verdachte vrijgesproken omdat de door de officier van justitie aangedragen feiten en omstandigheden - ook in onderling verband en samenhang bezien - niet het vermoeden rechtvaardigen dat het niet anders kan zijn dan dat de bitcoins van de verdachte uit misdrijf afkomstig zijn. In hoger beroep heeft het openbaar ministerie een aantal stukken ingebracht die deels afkomstig zijn uit een rechtshulpverzoek, en deels processen-verbaal van de FIOD opgemaakt naar aanleiding en op grond van die stukken betreffen. Gezien het hierboven zakelijk weergegeven oordeel van de rechtbank en het door het openbaar ministerie ingestelde hoger beroep valt te verwachten dat meer specifiek het proces-verbaal [ambtshandeling] ‘PV van bevindingen met betrekking tot de herkomst van bitcoins het op Mt.Gox account [accountnaam] (hierna: [ambtshandeling]) een belangrijke rol in de beoordeling van de zaak in hoger beroep zal gaan spelen. In het proces-verbaal [ambtshandeling] is immers door een verbalisant, met opgave van de bevindingen waarop dit is gebaseerd, opgemaakt dat het Mt.Gox account [accountnaam] aan de verdachte toebehoort. De raadsman van de verdachte heeft, na kennisname van de beantwoording van schriftelijke vragen die dezerzijds aan de verbalisant van [ambtshandeling] waren voorgelegd, en na het verhoor van deze verbalisant door de raadsheer-commissaris, verzocht om het aan de verdediging ter beschikking stellen van alle bronbestanden (daarmee doelende op alle informatie waarover de FIOD kon beschikken voor het analyseren van de herkomst van de bitcoins) en het doen verrichten van deskundigenonderzoek naar – kortweg - de conclusies die in [ambtshandeling] worden getrokken en de waarschijnlijkheidsoordelen die daaraan worden verbonden. Hij heeft er daartoe op gewezen dat het dossier geen andere informatie over de herkomst van de bitcoins bevat dan de in hoger beroep ingebrachte stukken, en aangevoerd dat de verdediging zelf niet of in beperkte mate over de deskundigheid beschikt om de inhoud van [ambtshandeling] te kunnen controleren en, voor zover aan de orde, te kunnen weerleggen. De advocaat-generaal heeft zich tegen toewijzing van beide verzoeken verzet. De raadsheer-commissaris stelt vast dat in [ambtshandeling] wordt beschreven dat de vaststelling waar de bitcoins op het door de FIOD aan verdachte toegeschreven Mt.Gox-account vandaan kwamen, is verricht met behulp van de blockchain analyse tool Chainalysis. Uit de beantwoording van de schriftelijk vragen blijkt dat het meer specifiek gaat om de tool Reactor. Een belangrijke stap leidend naar deze vaststelling wordt gevormd door het vormen en identificeren van clusters die deel uitmaken van één en dezelfde wallet. Hierbij is gebruikt gemaakt van zogenaamde change heuristics. De verbalisant heeft gesteld dat hij met behulp hiervan clusters heeft geïdentificeerd die veel waarschijnlijker aan dezelfde wallet toebehoren dan aan verschillende wallets, en dat hij deze kwalificatie baseert op zijn vakkennis, ervaring en de beschikbare empirische data. Tijdens het verhoor heeft de verbalisant overigens verklaard dat hij de toepassing van de change heuristics, en dus ook de beoordeling welke van deze heuristieken in welke gevallen het meest betrouwbaar waren, zelf heeft gedaan en dat deze niet door Chainalysis Reactor zijn verricht. De rechter-commissaris zal eerst ingaan op het verzoek tot het doen plaatsvinden van een deskundigenonderzoek. In lijn met (r.o. 3.5 in) het arrest van de Hoge Raad van 8 februari 2005 ( ECLI:NL:HR:2005:AR7228 ) is de raadsheer-commissaris van oordeel dat de eis van een eerlijke procesvoering kan meebrengen dat aan een dergelijk verzoek tot het doen verrichten van een deskundigenonderzoek gevolg behoort te worden gegeven. Of zich zo een geval voordoet is afhankelijk van de omstandigheden van de desbetreffende zaak. Daarbij kan worden gedacht aan onder meer (a) de gronden waarop het verzoek steunt, (b) het belang van het gevraagde tegenonderzoek in het licht van - bijvoorbeeld - de aanwezigheid van ander bewijsmateriaal dan wel de overtuigende kracht die pleegt te worden toegekend aan het bestreden onderzoeksresultaat, (c) de omstandigheid dat het verzoek is gedaan op een zodanig tijdstip dat een dergelijk onderzoek nog mogelijk is, en (d) de omstandigheid dat het verzoek redelijkerwijs eerder had kunnen worden gedaan. De gronden waarop het verzoek steunt en de belastende aard van de bevindingen indien zij zouden worden gevolgd door het hof zijn hiervoor reeds uiteengezet. Het doen van onderzoek is – zo heeft de verbalisant in zijn getuigenverklaring uitdrukkelijk bevestigd - nog onverkort mogelijk (mits de onderzochte gegevens aan de onderzoeker(s) ter beschikking worden gesteld). Tenslotte is het verzoek bij eerste gelegenheid gedaan. De raadsheer-commissaris neemt voorts in aanmerking dat de besproken omstandigheden zien op een geval waarin sprake was van een dactyloscopisch onderzoek waarvoor ook destijds al een voorgeschreven methode en een vaste procedure bestond. Voor de analyse van bitcointransacties, en ook niet voor de analyse van transacties met crypto-valuta in het algemeen, is daarvan geen dan wel in onvoldoende mate sprake. Dat leidt ertoe dat in het onderhavige geval te meer aanleiding bestaat om deskundigenonderzoek te doen plaatsvinden. Welke deskundige of deskundigen daartoe benoemd zullen worden en wat de exacte vraagstelling wordt, zal na overleg met partijen worden beslist. Een beslissing op het verzoek van de verdediging om alle bronbestanden ter beschikking te krijgen wordt aangehouden tot een later moment. Vooralsnog kan ermee worden volstaan om deze ter beschikking van de te benoemen deskundige(n) te stellen.

Den Haag, 29 april 2026

WAARVAN IS OPGEMAAKT DIT PROCES VERBAAL

De griffierDe raadsheer-commissaris